Wat bereik je?

In Alledaags Nederlands 1.1 leer je de Nederlandse taal spreken en begrijpen op een basisniveau (ERK-niveau A1). Je kunt dagelijkse uitdrukkingen en basiszinnen gebruiken, bijvoorbeeld om jezelf voor te stellen, boodschappen te doen en eenvoudige gesprekken te voeren. Na niveau 1.1 kun je doorgaan in niveau 1.2.

In Alledaags Nederlands 1.2 leer je de Nederlandse taal op ERK-niveau A2. Je kunt dan regelmatig voorkomende zinnen en uitdrukkingen begrijpen en gebruiken, bijvoorbeeld om iets over jezelf of je familie te vertellen, te shoppen, openbaar vervoer te gebruiken en met collega's of medestudenten te praten.

Na Alledaags Nederlands 2 kun je doorgaan in de Avondcursus niveau 2.1, of in de intensieve dagcursus niveau 2.